Peter Janssen - Winnaar Dagfondspiegel Oud 2015-2017

Voor de winnaar van de Dagfondspiegel over de periode 2015-2017 reizen we ditmaal af naar het Duitse Kleve, een stad in het westen van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen niet ver van de Nederlandse grens voor een ontmoeting met Peter Janssen.

Peter, die ondanks zijn leeftijd van 75 jaar nog altijd even fanatiek is, stamt af van een echte duivenmelkersfamilie. Zo was zijn vader Jozef de grondlegger van de Janssen-dynasty waarmee hij zeer succesvol was en bekendheid in zowel Duitsland als Nederland verwierf.

Peter, in het verleden een succesvol zakenman, heeft zijn naam en faam echter niet alleen vergaard door zijn prestaties in de duivensport maar ook door tal van activiteiten daar omheen. Zo was hij onder meer 1e en 2e voorzitter van de Duitse groep van Keurmeesters en heeft hij ook nog eens 15 jaar aan het hoofd gestaan van de internationale keurmeesteropleiding van de FCI!!!

De meeste liefhebbers kennen Peter echter van waar hij heden ten dage nog steeds goed in is, concoursen naar zijn hand zetten. Nadat hij dit in het verleden in Duitsland deed is hij hiermee in 2012 ook in Nederland begonnen. Toen men er in Duitsland voor koos om in 2012 vanuit het Zuidoosten te gaan vliegen was het voor Peter bekeken en is hij met de Junioren in Nederland begonnen. Uit ervaring wist hij immers dat het vliegen vanuit het Zuidoosten duiven zou gaan kostten en Peter heeft niet alleen een hekel aan verliezen maar ook aan het onnodig verspelen van duiven!!!

Sinds zijn komst naar Nederland is Peter dan ook een geducht tegenstander op welk niveau dan ook, Zo is hij van meet af aan terug te vinden bij de kampioenen in Afdeling 9.

Een aantal spraakmakende overwinningen van Peter die hij sinds 2013 op de NPO-concoursen heeft behaald zijn de 1e NPO Blois tegen 4.410 duiven, de 1e NPO Bourges tegen 3.077 duiven en de 1e, 2e en 3e NPO  Laon tegen 8.346 duiven (behaald in 2013), de 1e, 2e, 3e, 4e, 5e NPO Morlincourt tegen 8.505 duiven, 1e, 2e NPO Zuid Salbris tegen 2.589 duiven, 1e NPO Zuid Sens tegen 2.307 duiven en de 1e,5e, 6e, 8e NPO Zuid Troyes tegen 2.460 duiven (behaald in 2014), de 1e, 4e, 5e, 6e NPO Rethel tegen 14.612 duiven en de 1e, 2e, 3e, 4e NPO Blois tegen 2310 duiven (behaald in 2016) en tot slot de 1e NPO Nanteuil le Haudouin tegen 13.350 duiven en de 1e, 2e, 3e NPO Issoudun tegen 934 duiven  in 2017.

Bij het vermelden van deze overwinningen op teletekst/NPO-concoursen wil ik benadrukken dat het moeilijk is hierbij de juiste aanduiding te vinden aangezien deze vluchten in afdeling 9 hoofdzakelijk gesplitst worden gepubliceerd.

Ook is Peter veelvuldig terug te vinden bij de Nationale kampioenschappen. Zo eindigde hij in 2013 en 2014 respectievelijk 4e en 2e op het onderdeel Dagfond Onaangewezen en in 2013 en 2014 respectievelijk 2e en 6e op het onderdeel Dagfond Aangewezen. Ook dit jaar zien we Peter weer op dit onderdeel terug door bij de Nationale kampioenschappen op de Dagfond 2e Onaangewezen en 3e Aangewezen te eindigen.

Wie denkt dat Peter zich alleen tot de Dagfond beperkt komt van ‘een koude kermis thuis’ aangezien hij op de Vitesse onder meer Nationaal kampioen Onaangewezen in 2013 en 2e Nationaal Duifkampioen in 2016 eindigde.
Ook bij de Eendaagse Fondspiegel zien we Peter Janssen jaarlijks terug bij de winnaars. Zo behaalde hij onder meer de volgende duifkampioenschappen:

  • 1e Asduif Nat. Eendaagse Fondspiegel 2014-2015
  • 1e Asduif Nat. Eendaagse Fondspiegel 2013-2015
  • 1e Asduif Nat. Eendaagse Fondspiegel 2014
  • 2e Asduif Nat. Eendaagse Fondspiegel 2014-2015

Bij de Eendaagse Fondspiegel was hij dit jaar niet alleen de winnaar van categorie 3, maar ook nog eens totaalwinnaar over de laatste drie jaren. Hiermee kunnen we zeggen dat we in navolging van Mees Doornekamp wederom een ‘ware kampioen’ hebben die dit klassement aanvoert.

Stamopbouw

Vader Jozef was een programmaspeler en reeds als peuter van 5 à 6 jaar oud zat Peter al mee op de hokken en vanaf zijn 8 jaar speelde hij al samen met vader. In 1965 is Peter getrouwd en dan is hij zelfstandig met duiven begonnen. Hij heeft zijn leven lang een schildersbedrijf gerund dat nu overgenomen werd door zijn zoon Peter junior.

Hij startte met duiven van vader en pas in de loop van de zeventiger jaren werden er duiven bijgehaald. Zijn eerste echt goede duiven kwamen van Hans Reimann Uit Sevelen. Vooral uit de lijn van de “30”, werden er duiven gehaald die zich, in combinatie met het eigen soort, tot uitzonderlijke verervers ontpopten.

Daarna zijn nog goede ingebracht van Jan Grondelaars, een zoon van "de Kaasboer" van de Wouwer was een schot in de roos maar duiven die echt spectaculair waren kwamen van Clement Robben uit België, meer bepaald uit de lijn "Bonny and Clyde". Robben had ooit (in de 90-er jaren) de 4 eerste Asduiven in de Brabantse Unie. Is nooit door iemand geëvenaard. Ook haalde ik prima duiven bij Prange en Dirk van Dijck. Uit broers "Kannibaal".

En nu toch de naam Grondelaars gevallen is. Vroeger hadden we een soort vriendengroep. Pros Roosen, Jan Grondelaars en ik kwamen soms maandelijks bij elkaar om over duiven te babbelen. Ook Filip Herbots was vaak aanwezig.

Afwisselend wel en geen duivin

Peter Janssen start het seizoen met zo’n 45 tot 50 weduwnaars en 15 tot 20 koppels op totaal weduwschap. Dit resulteert in combinatie met een twintigtal kweekkoppels in zo’n 150 jonge duiven.
De weduwnaars worden de laatste week van november gekoppeld. Ze trekken twee jongen groot en wanneer de jongen 14 dagen oud zijn gaan de duivinnen naar de volière en moet de doffer zijn jongen alleen grootbrengen. Er staat geen tweede koppeling gepland en de doffers blijven op het hok. Bij goed weer komen ze iedere dag los en vanaf half januari begint reeds de voorbereiding van het nieuwe seizoen.
Begin april komen doffers en duivinnen nog zo’n drie dagen samen en tijdens die periode wordt er heel intensief opgeleerd. Iedere dag zijn er dan twee opleervluchten en er wordt gelost tot op 25 km.

Er wordt tweemaal per dag getraind, ‘s morgens om 8.15 u (later tijdens het seizoen om 7 u) en ‘s avonds om 16.30 u. In het begin van het seizoen wordt er met de vlag getraind; later worden het vrije trainingen. De eerste weken van het vliegseizoen hebben de weduwnaars op dinsdag nog een korte trainingsvlucht van zo’n 25 km.
Bij het inkorven komen doffers en duivinnen in het begin van het seizoen zo’n 10 tot 15 minuten samen. Daarna wordt de duivin afwisselend wel en niet getoond. Wanneer er rugwind voorspeld wordt dan krijgen de doffers hun partner niet te zien. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de wedstrijd blijven doffers en duivinnen na de vlucht 1,5 u tot 3 u samen. Na aankomst van een wedstrijd is het de bedoeling om de duiven zo snel mogelijk in de “rust en recuperatie fase” te brengen zoals dat ook in andere sporten gebeurt.

De duiven worden met uitzondering van de laatste drie Dagfondconcoursen wekelijks gespeeld
Vijftien doffers worden gespeeld op het totaal weduwschap en die trekken in het vroeg ook een koppel jongen groot. Na het spenen (half januari) worden de partners gescheiden. Half februari volgt dan een tweede koppeling maar met een andere duivin. Iedere doffer heeft dan twee duivinnen en de 15 doffers worden dan met 30 duivinnen gespeeld.

Bij de inkorving krijgen de doffers hun “eerste” duivin te zien en doffers en duivinnen worden daarna in de mand gezet. Wanneer de manden met ingekorfde duiven van het hok gehaald zijn komt de ploeg “tweede” duivinnen op het hok. Zij krijgen zo’n 15 minuten toegang tot het nestvak, maar zonder nestschotel, en worden daarna ingekorfd. Ook deze tweede ploeg duivinnen gaat uitstekend gemotiveerd de mand in.
Er zouden zich problemen kunnen voordoen wanneer de “eerste” en “tweede” duivin op hetzelfde moment thuiskomen. De melker moet dus opletten maar meestal worden de twee duivinnen op verschillende wedstrijden ingekorfd. Na een half vliegseizoen worden de minder goede duivinnen er uitgeselecteerd en niet meer gespeeld.
Het spel der Junioren
De jonge duiven worden gefokt uit de kwekers en de beste vliegers. De eieren van de eerste ronde van de kwekers wordt verlegd bij de jaarlingen. In 4 rondes, die allemaal gespeeld worden, wordt een ploeg van 150 jongen gekweekt. Zij krijgen onderdak op vier verschillende hokken.

De jongen worden verduisterd van 15 maart tot de eerste week van juni. De jongen van de latere rondes worden gewoon bijgezet op de hokken maar niet langer verduisterd. Er wordt verduisterd van 18 u ‘s avonds tot 8 u ‘s morgens.

De laatste week van mei wordt er gestart met opleren. Vooraleer het echte opleren begint worden de jongen 3 à 4 keer een halve dag in de korven van de aanhanger gezet en daarna gewoon in de straat gelost. Het is de bedoeling daarmee de stress in de mand van de jonge duiven af te bouwen. De jongen worden dan een 10-tal keren weggevoerd tot 25 km en zijn dan zeer rustig in de mand. De eerste prijsvlucht is dan ook de eerste keer dat ze in de verenigingsmand komen.

Na de eerste 2 à 3 wedstrijden worden de geslachten gescheiden en worden de jongen op de schuifdeur gespeeld. De motivatie van het jonge volkje wordt aangezwengeld met wegkruipbakjes en kartonnen dozen. Bij het inkorven komen de jonge doffers en duivinnen 1,5 tot 2 u samen. Na aankomst van een wedstrijd blijven ze samen tot de volgende morgen. Eenmaal opgeleerd worden de jongen tussendoor niet meer weggevoerd.

De jongen trainen in het begin éénmaal daags gedurende 1,5 u. Na twee tot drie wedstrijden komen ze tweemaal daags los.

De hokken

De weduwnaars krijgen onderdak op zolderhokken over de volledige lengte van het huis. Het zijn prima hokken waarin je meteen de hand van de meester herkent. Er werd een gestuurde verluchting aangebracht die op voorhand samen met Jan Grondelaers en Hans Reimann uitgedokterd werd. Een buizensysteem, dat al 45 jaar onveranderd bleef, loopt door alle hokken en zorgt voor een prima verluchting zonder tocht. Alle hokken zijn uitgerust met multifunctionele broedhokken waarmee de weduwnaars perfect kunnen gemotiveerd worden.

Er wordt ook nog gespeeld op 21 m tuinhokken waarop de jonge duiven en de duiven die op totaal weduwschap gespeeld worden onderdak krijgen. Het zijn hokken met een pannendak en bij de jonge duiven is vooraan in het plafond een verluchtingspleet van 1,2 m. Op het hok van het totaal weduwschap werd de verluchtingspleet beperkt tot 60 cm. Ook deze hokken geven blijk van een perfect vakmanschap met als voornaamste eigenschappen dat ze droog zijn en een perfecte verluchting hebben.

Er wordt ook een strenge hygiëne gehanteerd. Alle hokken worden tweemaal daags gereinigd en de duiven krijgen ook tweemaal daags vers drinkwater.

Werden de hokken in het verleden nog gereinigd met Halamid, sinds een tiental jaren komt er geen “chemie” meer op de hokken. Verder prefereert het gebruik van rooktabletten in combinatie met het uitbranden van de hokken boven een vochtige reiniging!!!

Medisch

De voorbereiding op het nieuwe seizoen wordt door Peter zelf in handen genomen. Na het spenen van de jongen rond half januari staat een “kuur” met parastop tegen paratyfus gepland. In de stille periode wordt er ook 6 dagen behandeld tegen trichomonas en vinden de inentingen tegen paramixo en de pokken plaats. Een week voor de eerste wedstrijd wordt er 4 dagen behandeld met Suanovil. Deze medische behandeling is nog voor 95 % procent gebaseerd op wat Peter van Jan Grondelaers en Pros Roosen geleerd heeft. Het is een systeem dat het zo geweldig deed in de zeventiger jaren en het is tot vandaag nog steeds actueel.

De jongen krijgen een kuur als ze 6 weken oud zijn. Om een of andere duistere reden krijgen die nooit Aden/coli. Verder krijgen ze uiteraard de verplichten enting tegen paramixo.
De verdere medische begeleiding is in handen van Fernand Mariën en die brengt om de twee maanden een bezoek. Iedere week krijgen de duiven mineralen en conditiepoeder van Dr. Mariën en om de vier weken wordt dan ook de welbekende siroop door het voer gemengd.

Verschillende mengelingen

Peter Janssen voert vier verschillende soorten sportmengelingen die onder elkaar gemengd worden. De reden ligt voor de hand. Is er bij een bepaalde mengeling een soort graan van mindere kwaliteit dan vinden de duiven de betere granen dan toch in de andere mengelingen.

Bij aankomst van een vlucht krijgen de duiven zuiveringsmengeling gevoederd en er zijn elektrolyten in het drinkwater. ‘s Avonds is er sportmengeling in het voederbakje. Op zondag en maandag wordt er ‘s morgens en ‘s avonds zuivering geserveerd en steeds een voldoende portie. Op dinsdag wordt het dan 50 % zuivering + 50 % sportmengeling. Op woensdag en donderdag wordt er overgeschakeld op 100 % sportmengeling.
Vrijdag is het inkorfdag en in eerste instantie worden de duiven verplicht om 3 soorten maïs te pikken. Daarna wordt er nog een lichte mengeling samen met energy-mengeling gevoederd.

Telkens na de training ligt er een snuifje gemalen pinda’s en kempzaad in de broedbak te wachten. Peter heeft verder niet veel met bijproducten. Een uitzondering hierop is grit. Net zoals bij het voer koopt Peter verschillende soorten die hij zelf mengt. De grit wordt dagelijks ververst!

Een strenge selectie

Er wordt streng geselecteerd. Van alle doffers van de vliegploeg blijven er einde seizoen nog 20 à 25 over. Bij de duivinnen blijven er slechts een tiental een over. De vier criteria die hierbij gehanteerd worden zijn het aantal prijzen, de behaalde kopprijzen, de bouw van de duif en de afstamming. De lat wordt bij deze bijzonder hoog gelegd. Alleen een jaarling waarvan de uitslagen iets minder zijn kan overleven op bouw en afstamming.
Voor de jonge duiven gelden dezelfde maatstaven maar bij het jonge grut is de regelmaat op de wedstrijden van groot belang.

<<<