Voeding en gezondheid - Jan Van Steelant:Tips voor het najaar.

Jan Van Steelant:Tips voor het najaar.
Jan Van Steelant:Tips voor het najaar.

Najaarsbehandelingen

Nu de laatste wedstrijdvluchten achter de rug zijn, wordt de focus al naar volgend jaar geplaatst. Vele liefhebbers vragen me rond deze periode: “ Met wat kan ik mijn duiven het best kuren om de kweekperiode zo goed mogelijk te laten verlopen?”.
Dit is een hele lastige vraag en niet zo eenvoudig te beantwoorden. 
Meestal moet ik antwoorden: “Dit verschilt van hok tot hok, een standaard handeling bestaat er jammer genoeg niet.” Vaak wordt er gekuurd met een medicijn dat de vorige jaren een goed resultaat gaf in voorbereiding op de kweekperiode.
De eerste vraag die we ons moeten stellen is of er wel degelijk een kuur medicijnen nodig is voor de kweek. Vele liefhebbers geven immers graag een kuur medicijnen om zeker te zijn van een zorgeloze kweek, een soort van verzekering tegen mogelijke problemen zoals onbevruchte eieren, sterfte van nestjongen en dergelijk. In vele gevallen lukt dit goed maar toch zie ik elke winterperiode verschillende liefhebbers waarbij de kweek zeer moeilijk verloopt, ondanks een voorafgaande kuur medicijnen.
In dit laatste geval kunnen we ons afvragen waarom de kuur medicijnen voorafgaande aan de kweek geen goed resultaat gaf.
De volgende antwoorden zijn allemaal mogelijk:
- is er wel een ziekteverwekkende bacterie aanwezig bij de duiven? Vaak kunnen andere ziekteverwekkers op het hok een rol spelen zoals bijvoorbeeld virussen of parasieten. Antibiotica hebben in deze gevallen geen enkele zin.
- er is mogelijk resistentie opgebouwd tegen het gebruikte medicijn, dit wil zeggen dat het betrokken medicijn niet meer werkt tegen de aanwezige ziekteverwekkers
- hebben de duiven voldoende medicijnen opgenomen? In het najaar is het vaak frisser van temperatuur waardoor de duiven minder drinken
- heeft men voldoende lang gekuurd? Behandeling van minder dan 4 dagen zijn vaak totaal niet doeltreffend.
- de duiven kunnen in een slechte algemene conditie zijn. Zijn ze te mager of soms in een te vette conditie aan de kweek begonnen? Wordt de juiste voeding gebruikt?
Vaak zijn dit teveel vragen om onmiddellijk te beantwoorden.
 
Hoe pakken we de voorbereiding van de kweek medisch aan?

Een goede voorbereiding is alles. Start de voorbereiding van het kweekseizoen al begin oktober. 

Mestcontrole

Verzamel rond deze periode gedurende 5 dagen mest van de kwekers en de vliegduiven. Laat een standaard mestonderzoek uitvoeren door een dierenarts en vraag om een staal op te sturen naar een gespecialiseerd laboratorium voor een bacteriologische kweek. In het standaard mestonderzoek kunnen we infecties met wormen, coccidiose, gistcellen, enz.. vrij makkelijk identificeren. Met een aanvullend onderzoek in het laboratorium kunnen we ziekteverwekkende bacteriën zoals Paratyphus, Streptococcen, enz... opsporen. Het is belangrijk om nog eens op te merken dat het echt noodzakelijk is om een mengstaal mest van zeker van 5 dagen te verzamelen op het hok.
Op basis van de resultaten van deze onderzoeken kunnen we gericht gaan behandelen. 
Coccidiose en worminfecties kunnen vrij makkelijk aangepakt worden door een behandeling op te starten. Bij ernstige worminfecties is het meestal noodzakelijk om de behandeling te herhalen na 14 dagen. 

Hoe neem ik een correct meststaal?

Verzamel verse mest van verschillende duiven van éénzelfde hok. Zorg ervoor dat er geen uitdroging van het staal kan optreden. Gebruik hiervoor speciale mestbuisjes die u goed kan afsluiten of aluminiumfolie. Verzamel zo wat mest gedurende 2 à 3 dagen voor een betrouwbaar resultaat. Indien u een meststaal neemt voor bacteriologisch onderzoek is het noodzakelijk om mest te verzamelen gedurende 5 dagen. Schrijf heel duidelijk per staal over welk hok het gaat, eventueel met naam, adres, enz..  Enkele tientallen grammen mest is genoeg voor het onderzoek.
Zorg er natuurlijk voor dat de duiven tijdens de staalname geen medicatie krijgen die het resultaat kan beïnvloeden.
Stuur het meststaal dan zo snel mogelijk door naar uw dierenarts die het staal kan onderzoeken of verder doorsturen naar het laboratorium.

Bacteriële infecties

Indien er in het laboratorium bacteriën zoals Paratyphus of Streptococcen gevonden worden in de mest, is een meer specifieke aanpak vereist. In dit geval is het van groot belang dat er ook een antibiogram wordt uitgevoerd. Een antibiogram maakt duidelijk aan welke antibiotica een bepaalde bacterie nog gevoelig is, met andere woorden met welk medicijn het best kan gekuurd worden. Als een bacterie niet meer gevoelig is aan een antibioticum, spreken we van resistentie.
In de praktijk zien we regelmatig bacteriën die resistent geworden zijn aan de meest gebruikte antibiotica. Het is dan ook van belang dat u medicatie steeds in overleg met uw dierenarts inzet.

Focus op vaccinatie

Persoonlijk leg ik bij duivenliefhebbers vaak de nadruk op vaccinatie tegen Paratyphus. Deze vaccinatie zorgt bij de kwekers en de vliegduiven voor een bescherming van de kweek. Beschouw deze vaccinatie als een verzekering tegen problemen ten gevolge van een Paratyphus infectie rond de kweekperiode zoals sterfte van nestjongen, onbevruchte eieren, enz...
Bij waardevolle kweekduiven is zo’n vaccinatie zeker aan te raden. We horen in de praktijk vaak vertellen dat zo’n vaccinatie juist gevaarlijk is om vruchtbaarheidsproblemen te veroorzaken. Wel, dit is niet correct, zeker niet als er gebruik gemaakt wordt van geïnactiveerde entstoffen. De hoogste graad van bescherming bij de kweekduiven wordt bekomen door ze twee maal te vaccineren met een tussentijd van 3 à 4 weken. Belangrijk is wel om op te merken dat de laatste vaccinatie ten laatste 4 weken plaats vindt voor het samen zetten van de kwekers.

Besluit

Vermijd zo veel als mogelijk blind kuren met medicijnen. Indien u een kuur medicijnen wil toedienen aan uw duiven voor de kweek, kies dan een antibioticum op basis van een antibiogram na een mestcontrole in het laboratorium. Vergeet ook geen standaard mestcontrole uit te voeren voor mogelijke parasitaire problemen op te sporen. Vraag raad aan uw dierenarts.
 
Dierenarts Jan Van Steelant

Terug